Sevilla Gids

septiembre 14th, 2017 por Ana María Rodríguez

Cultuurhistorisch toerisme

1

Cultuur in Sevilla

In een gastvrije en vrolijke stad als Sevilla spelen cultuur en vertier een belangrijke rol en er zijn dan ook ontelbare mogelijkheden om te genieten van de vrije tijd. Op de culturele agenda vinden we een grote aanbod van spektakels, theater, opera, muziek, dans, flamenco en tentoonstellingen.

Sevilla kan je verder niet in één dag leren kennen, drieduizend jaar geschiedenis hebben deze stad een indrukwekkende lijst monumenten nagelaten. Sevilla is de Spaanse stad met het meest aantal vermeldingen op de lijst met Werelderfgoed. Het is een groot openluchtmuseum waarin de verschillende stijlen in elkaar overvloeien. Op de eindeloze monumentenlijst vermelden we enkele hoogtepunten om hun schoonheid of omwille van de symbolische waarde. de gotische kathedraal, de Giralda, Reales Alcazares, Torre del Oro, Plaza de España, Archivo de Indias, het Archeologisch Museum, een van de belangrijkste in Spanje, het Museum voor Volkskunde en Tradities, het Andalusisch Centrum voor Hedendaagse Kunst, zetel van de Eerste Editie van de Biënnale voor Hedendaagse Kunst in Sevilla, en het bewijs van de ernst waarmee deze stad met kunst en vernieuwing omgaat, het Museum voor Schone Kunsten, na het Prado in Madrid de tweede belangrijkste collectie van het land. De bezoeker kan verder ook genieten van de meest uiteenlopende kunstvormen en van een groot aantal tijdelijke tentoonstellingen die het hele jaar door te bezichtigen zijn in grote tentoonstellingsruimten en de kleinere privé kunstgalerieën. En vergeten we vooral niet de kunstschatten, vaak van onschatbare waarde, die bewaard worden in de vele kerken en kloosters van de stad.

Bienal de Arte Flamenca

In de herfst wordt de Biënnale van de Flamenco georganiseerd, in 2004, bij de dertiende editie, bestond het festival al 25 jaar. Het is het belangrijkste flamencofestival ter wereld en meer dan een maand lang treden de beste flamencokunstenaars op in alle hoeken en op alle podia van deze stad, beschouwd als de wieg van de flamenco.

Hier kunt u de meest gevierde zangers, dansers en muzikanten aan het werk zien. En natuurlijk ook de grootste beloften. Maar in Sevilla, het wereldcentrum van “el jondo”, kan u het hele jaar door genieten van de beste flamenco; in de vele flamencozalen van de stad kan u bijna dagelijks de beste artiesten van dit moment

zien optreden. In het centrum van de stad vindt u ook het enige museum dat uitsluitend gewijd is aan de flamencodans, opgericht door de danseres Cristina Hoyos.

Sevilla en de filmkunst

Al sinds enkele jaren wordt de stad tijdens het Filmfestival van Sevilla enkele dagen het epicentrum van de hedendaagse Europese film. Iedere editie stelt interessante premières voor aan het publiek, in de herfst lijkt de stad enkele dagen lang een grote bioscoop waar ongeveer 100 Europese films gedraaid worden. Parallelle acti viteiten zoals seminaries, conferenties, huldebetoon aan acteurs en regisseurs, en de uitreiking van prijzen zijn de grootste attracties van dit festival dat ieder jaar meer succes kent. De relatie tussen Sevilla en de zevende kunst gaat nog verder, prestigieuze directeurs draaien hun films met Sevilla als achtergrond, de stad vormt dan ook een bijzonder aantrekkelijk en monumentaal decor. Voeg daarbij ook nog de vlotte medewerking van de betrokken officiële instellingen. Enkele van de scènes uit “Star Wars” bijvoorbeeld werden gefilmd op Plaza de España.

Sevilla en sport

Sevilla heeft al bij herhaalde gelegenheden haar internationaal belang bewezen in de sportwereld. De stad beschikt onder meer over het Estadio de la Cartuja, twee professionele voetbalstadions, verscheidene sporthallen en een Centro de Alto Rendimiento (een topsporttrainingscentrum), etc. Sevilla heeft verder enkele grote internationale sportevenementen georganiseerd, zoals het Wereldkampioenschap Atletiek op overdekte baan in 1991 en het Wereldkampioenschap Atletiek in open lucht in 1999, het Europees kampioenschap Zwemmen in 1997, het wereldkampioenschap Roeien en Kano in 2002, de Wereldbeker golf voor landenteams in november 2004 en de finale van de Davis Cup in december 2004. Een regelrecht succes, Sevilla was te zien in alle huiskamers over de hele wereld!

13

Spektakels

Ook in oktober vullen opera, klassieke muziek, dans en andere spektakels het grootste podium van Spanje: Teatro de la Maestranza. De zaal is dankzij zijn speciale akoestiek heel geschikt voor alle podiumkunsten. Er worden opera’s en muziekconcerten opgevoerd in deze theaterzaal. Heel nauw verbonden met het theater is de Real Orquesta Sinfónica de Sevilla, dat zijn concerten opvoert in dit bijzonder mooie decor. De andere theaterzaal, Lope de Vega, is een klassieke zaal gebouwd naar aanleiding van de Tentoonstelling van 29, waarin de beste acteurs de beste stukken van het moment ten tonele voeren. Teatro Central in Isla de la Cartuja werd gebouwd in 1992 en is een moderne en functionele ruimte geschikt voor alle soorten opvoeringen. Het aanbod podiumkunsten in Sevilla wordt vervolledigd met zalen als La Imperdible, La Alameda, La Fundición o Sala Cero. Ook het openluchttheater Auditorio de la Cartuja met een capaciteit voor meer dan 5.000 toeschouwers, biedt ruimte voor een hele reeks voorstellingen: van opera, muziek en dansvoorstellingen tot hedendaagse muziekconcerten.

De stad en zijn feesten

Ieder jaar in de lente komen de Sevillanen de straat op. In Semana Santa, de Goede Week, komen duizenden Sevillanen naar het centrum van de stad om de broederschappen in processie te zien voorbijgaan op weg naar de Kathedraal. De passieweek kent haar hoogtepunt in de “Madrugá”, de ochtend van Goede Vrijdag wanneer verschillende van de meest populaire broederschappen in processie door het centrum van Sevilla trekken.

Een andere reden om in de lente Sevilla te bezoeken is de befaamde Feria de Abril. Het was oorspronkelijk ee n jaarlijkse veemarkt die is uitgegroeid tot een spectaculair folklorefeest. De Feria begint één of twee weken na Semana Santa en wordt normaal in april gevierd, maar de exacte datum hangt af van de Goede Week. Een hele week lang wonen duizenden Sevillanen in een geïmproviseerde feeststad, gevormd door honderden feesttenten of “casetas”, die netjes in straten opgesteld staan en versierd zijn met honderden kleurrijke lampionnen. Wie ’s morgens de Feria bezoekt, kan genieten van het spektakel van paarden en koetsen, ‘s nachts daarentegen is het volop feest in de “casetas”. Wie de ernst van het stierenvechten verkiest, kan ‘s namiddags terecht in de arena.

Andere feesten

Corpus Christi is een religieus feest dat de Sevillanen aan het einde van de lente met grote devotie vieren, het is een feest met veel barok vertoon dat stamt uit de zestiende en zeventiende eeuw.

De “Velá” de Santiago y Santa Ana wordt eind juli gevierd, aan de andere kant van de rivier, het is een van de tradities die de wijk Triana het beste kenschetsen. Het is een fe est dat overdag al activiteit op zijn programma heeft maar dat vooral in de zachte zomernachten echt op gang trekt. De patroonheilige van de stad, de Virgen de los Reyes, wordt op 15 augustus feestelijk herdacht: bij dageraad komen de gelovigen samen in en rond de Kathedraal, velen komen uit de provincie en anderen onderbreken zelfs hun zomervakantie om dit feest toch maar niet te missen. Al deze lokale feesten hebben door de eeuwen hun tradities tot in de details bewaard en dat doen maar.

15

Gastronomisch toerisme

Gastronomie

Sevilla biedt de bezoeker een breed gamma excellente restaurants aan waarin zowel Andalusische specialiteiten als de Spaanse en internationale keuken aan bod komen, maar voor wie de Sevillaanse gastronomie echt wil leren kennen, raden we aan tapas te proeven. De verklaring van het woord tapa zou komen van de oude gewoonte om een glas wijn af te dekken met een stukje brood of een sneetje jamón serrano of worst en het de klanten op die manier te serveren. Om de Sevillaanse gastronomie echt te leren kennen kan je het beste de grote verscheidenheid aan tapas proeven in de bars en tavernes. Er zijn zelfs kleine winkels “ultramarino” die voedingswaren verkopen maar die ook tapas van fijne vleeswaren of koude delicatessen uit blik serveren. Ook sommige kiosken en de oudste tavernes in de stad hebben ook geen eigenlijke keuken en serveren verschillende koude tapa’s: “picadillos” of “aliños”, zoals koude slaatjes, aardappelsalade, tortilla of sneetjes koud vleesgebraad. Gefrituurde vis is bijna een verplicht menu, vooral gefrituurde ansjovissen, “puntillitas” of minuscule inktvisjes en gemarineerde haai. De beste gefrituurde vis vindt u in de gespecialiseerde “freidurías”, waar de gefrituurde vis in papieren puntzakken en bij het gewicht verkocht wordt om hem thuis of in een café in de buurt op te eten. Een andere groep tapas zijn “cuchareo”, om met een lepel te eten. In kleine pannetjes komt een hartverwarmende schotel op tafel: maaltijdsoepen met witte bonen, kikkererwten met kabeljauw, aardappelen met inktvis, spinazie met kikkererwten Een speciale vermelding voor het reciteren van de tapas: in Sevilla roepen de kelners de namen van de tapas van die dag in plaats van de klanten een menukaart aan te bieden. Het woord “tapeo” verwijst niet alleen naar eten en drinken, het is een vorm van samenzijn met een eigen protocol dat kenners duidelijk omschrijven: de verschillende gerechten dienen in de volgorde van stijgende smaakintensiteit en met voldoende tussentijd te worden geserveerd. Eet nooit meer dan tien tapas en ook niet minder dan vijf. Ga liever niet met een te grote groep tapas eten, vier is genoeg, zo is het gemakkelijker om van de ene bar naar de andere te gaan, er is gauw genoeg plaats voor vier en het is comfortabeler om een gesprek te voeren. Bij tapas hoort een glas wijn: een Jerez, manzanilla of amontillado hoewel een frisse pint in de warme zomers van Sevilla nog het lekkerst is.

Bij het begin van de zomer start ook het seizoen van de gazpacho, een koude soep op basis van tomaten, brood, water, look, pepers, komkommer, olijfolie en azijn die in een glas of een soepbord geserveerd wordt.

De populaire en heel typische “tapeo” neemt niet weg dat Sevilla ook een heel stevig gastronomisch aanbod heeft van diverse soorten restaurants. De Sevillaanse keuken is nauw verbonden met de Andalusische: Typische ingrediënten zijn Jamón Serrano, schaaldieren van de kusten van Cádiz en Huelva, Manchegokaas,… Het is een populaire keuken, gebaseerd op een gemeenschappelijk verleden: olijfolie is een

onontbeerlijk element, de link tussen Sevilla en de mediterrane keuken; de geraffineerde en tolerante Moorse bezetter bracht nieuwe producten naar het land; nog later werden vanuit Amerika nieuwe ingrediënten ingevoerd die heel senl werden opgenomen in de Sevillaanse keuken en in die van de rest van Europa. De Sevillaanse keuken heeft die verschillende invloeden geïntegreerd in een gevarieerde en heel interessante keuken zonder haar oorsprong te verloochenen. Er zijn heel goede restaurants die nationale en internationale faam genieten, met gevarieerde en creatieve spijskaarten gebaseerd op eerste klas producten naast de talrijke

traditionele Sevillaanse gerechten die werden geperfectioneerd of vernieuwd.

Hieronder volgt een lijst met gerechten op de spijskaart van enkele van de plaatselijke restaurants:

• Gefrituurde artisjok met inktvis en gefrituurde bonen.

• Courgette gevuld met heek en garnalen.

• Kabeljauw geparfumeerd met ingemaakte look.

• In de oven gebakken tarbot met aardappelen, laurier en saffraan.

• Gebakken lam met honing, met spinazie- en champignonvulling.

• Warme “torrija” met aroma van Sevillaanse sinaasappelbloesem met kaneelijs, chocolate en anijsdriehoekjes.

Taaltoerisme

Spaans leren

In Sevilla is het goed leven: een aangenaam klimaat met zachte winters en een aangename lente en herfst, en met meer dan 3.000 uren zon per jaar. De Sevillanen  hebben bovendien een heel aparte levensstijl, door velen de “kunst van het goede leven” genoemd. Het zal dan ook niemand verbazen dat Sevilla een cosmopolitische stad is waar mensen van verschillende culturen en afkomstig van de vier windstreken tussen de Sevillanen wonen. Er zijn veel redenen waarom vele bezoekers Sevilla uitkiezen als de ideale plaats om Spaans te leren of hun kennis te perfectioneren, en tegelijk een onvergetelijke ervaring op te doen. De Universteit van Sevilla ontvangt ieder jaar een groot aantal buitenlandse studenten die in Sevilla hun universitaire studies komen vervolmaken en tegelijk Spaans komen studeren. Die groep studenten is helemaal niet onbelangrijk, niet alleen door hun grote aantal maar ook omdat ze een hele generatie “opvoedt” om Spanje en Andalusië als bestemming te kiezen en dat ook te blijven doen in de toekomst. We vinden buitenlandse studenten in alle studierichtingen hoewel de meesten wel Spaans komen studeren. Om aan die vraag te voldoen, organiseren de Andalusische universiteiten het hele jaar door cursussen die duizenden studenten aantrekken.

Spanje is momenteel de Europese bestemming nummer 1 in dit segment. In de Verenigde Staten zijn 27.500 leerkrachten Spaans aan het werk.

Een wandeling door Sevilla

17

In Sevilla kunt uw vrije tijd op veel manieren doorbrengen, u kunt bijvoorbeeld gaan wandelen in Parque María Luísa, de groene long van de stad die met zijn gebouwen in indrukwekkende Mudéjar stijl een van de grootste botanische tuinen ter wereld is; er zijn ook nieuwe en moderne parken zoals Parque Alamillo, of de tu in op El Prado, verder vermelden we de Jardines de Murillo, een Plaats van Cultureel Belang, en de tuinen Catalina de Ribera, alle twee aan de Avenido Menéndez Pelayo. Bij het paleis van Buhaira, liggen de gelijknamige tuinen. U kunt ook per koets een aangename rondrit maken door de mooiste buurten en de meest emblematische wijken, zoals Santa Cruz en Triana om er maar enkele te noemen.

Winkelen in Sevilla

In deze bruisende stad vinden zowel Sevillanen als bezoekers hun gading in de vele winkels en warenhuizen. Een groot aantal straten van het eigenlijke historische stadscentrum hebben nog veel traditionele winkels. Hier vindt u nog zaken gespecialiseerd in hoeden of lederwaren naast de helverlichte etalages van nationale en internationale kledingketens. De populaire Calle Sierpes, het commerciële hart van het centrum, is altijd vol winkelwandelaars. Straatartiesten en –muzikanten geven de parallelle en ook verkeersvrije Calle Tetuán, een heel aparte sfeer. In Barrio Santa Cruz en de omliggende straten vinden toeristen dan weer een groot aantal

souvenirwinkels.

Als tegenpool, en als teken van moderniteit, telt Sevilla ook steeds meer grote winkelcentra waar winkels, restaurants en bioscopen onder een dak te vinden zijn. Grote winkelcentra zijn ook in de moderne wijken als Nervión te vinden , met warenhuizen maar ook juweliers, lingerie- en schoenwinkels, etc. Aan de andere kant van de rivier, naast Triana, ligt Los Remedios, het is een van de stadsdelen met de belangrijkste en meest prestigieuze winkels van Sevilla.

Cultuurhistorische monumenten in Sevilla

De Kathedraal van Sevilla

De Kathedraal van Sevilla is een gotisch monument bij uitstek. Ze staat bekend als Magna Hispalensis, en werd gebouwd in de 15de eeuw op de resten van de Grote Moskee; ze is de derde grootste gotische kerk na de Sint-Pietersbasiliek in Rome en de St.-Paulskathedraal in Londen. Van de vroegere moskee bleven alleen de binnenplaats, de Patio de los Naranjos en de minaret: de Giralda. Honderd en zes jaar duurde de bouw van dit

gotisch juweel, waarvan aan de buitenkant vooral de zes schitterende toegangspoorten opvallen. Het grondplan bestaat uit vijf beuken en vijfentwintig kapellen. In het interieur worden ongeveer 500 kunstwerken van onschatbare waarde bewaard, afkomstig van de meest bloeiende periode van deze stad, met onder meer kunstenaars als Murillo, Zurbarán, Goya en Martínez Montañés. Verder vermelden we ook het groot retabel, het grootste ter wereld, met halfverheven beeldhouwwerk en een opmerkelijk perspectief dat verschillende scènes uit het Oude en het Nieuwe Testament voorstelt. Het koor en de kooromgang met zijn honderd zetels herbergt het beeld van de Onbevlekte Ontvangenis van de hand van Martínez Montañés. In de Capilla Real staat het beeld van Virgen de los Reyes, de Patroonheilige van de stad en het Aartsbisdom, het is een gotisch beeld uit de 13de eeuw dat eigendom was van koning Fernando III “el Santo”, de Patroonheilige van de stad. Diens intacte lichaam ligt opgebaard in de vergulde zilveren lijkkist aan de voeten van het Mariabeeld. Een ander referentiepunt in de kathedraal is het mausoleum met de stoffelijke resten van Christoffel Columbus.

Van maandag tot zaterdag: van 11 – 17.00 u. Op zon- en feestdagen: van 14.30 – 18.00 u.

Toegangsprijs: 7,5 €. Studenten, gepensioneerden, ingezetenen of werklozen: 2 €. Op zondagen gratis.

De Giralda

De Giralda is het symbool van de stad en was oorspronkelijk de minaret van de Grote Moskee van Sevilla. Emir Abu Yakub Yusuf gaf in 1184 opdracht voor de bouw van de minaret hoewel het de emir Abu Yusuf-Al Masur was die de minaret liet afwerken met een kroonverdieping die tijdens de aardbeving van 1356 verloren ging. Tijdens de 16de eeuw kreeg de toren een renaissance lantaarn, samengesteld uit vijf verdiepingen: het klokkenhuis, waarop het terras van de Azucenas rust, el Reloj (uurwerk), el Pozo (waterput), las Estrellas  (sterren) en las Carambolas met daarop de windwijzer die de overwinning van het Geloof voorstelt, een beeld dat beter bekend is als Giraldillo., De Giralda is bijna 100 meter hoog en is aan de buitenkant versierd met reliëfwerk, balkons, en hoefijzervormige ramen onder typische Moorse veelpasbogen. De binnenkant daarentegen is heel eenvoudig: niets meer dan een hellend vlak met 34 etappes waarlangs de oproeper te paard naar boven ging om de gelovigen tot gebed op te roepen. Helemaal boven heeft de bezoeker een enig en indrukwekkend uitzicht over de stad.

Bezoekuren: Van maandag tot zaterdag: van 11 – 17.00 u. Op zon- en feestdagen: van 14.30 – 18.00 u. Toegangsprijs: 7,5 €. Studenten, gepensioneerden, ingezetenen of werklozen: 2 €. Op zondagen gratis.

Palacio Arzobispal

Tegenover de Kathedraal ligt het Aartsbisschoppelijk Paleis. De toegangspoort in laatbarok van het begin van de 18de eeuw, leidt naar twee mooie patio’s in maniëristische stijl, een heel bijzondere trap uit één stuk uit de 17de eeuw en een hele slanke koepel versierd met muurschilderijen. In dit gebouw in het centrum van de stad bevindt zich ook het Aartsbisschoppelijk Archief, dat de kerkelijke documentatiecentra van het Sevillaanse

aartsbisdom van informatie voorziet.

Reales Alcázares

De geschiedenis van Reales Alcázares is sinds de Reconquista van Sevilla in 1248 door koning Fernando III “de Heilige”, heel nauw verbonden met die van de koningen van Castillië.

Het paleis is bij gelegenheid de residentie van de Spaanse koninklijke familie en meteen het oudste nog bewoonde koninklijk paleis in Europa.

Met een jaarlijks bezoekersaantal van 1.250.000, zijn de Reales Alcázares het meest bezochte monument in Sevilla. Het opmerkelijke is dat het niet gaat om een paleis maar wel om een geheel van paleizen, het gevolg van een reeks opeenvolgende hervormingen sinds de tijden van de Moorse bezetting. Het resultaat is een compleet gamma van verschillende stijlen, van de Moorse tot de neoclassicistische, en passeert langs voorbeelden van mudéjar, gotiek, renaissance, plateresco, barok en rococo. Heel mooi zijn ook de tuinen, patio’s, salons en wandtapijten. Verder zijn er kantelen bewaard en enkele overblijfselen van het Moorse paleis. Recente opgravingen legden ook de resten van de versterkte muur en almohade paleizen

bloot, die kunnen nu bezocht worden.

Bezoekuren: (1/10 tot 31/3) van dinsdag tot zaterdag: 9.30 tot 17.00 u. Op zon- en feestdagen:

9.30 tot 13.30 u. Op maandag gesloten. (1/4 tot 30/9) van dinsdag tot zaterdag: 9.30 tot 19.00 u. Op zon- en feestdagen: 9.30 tot 17.00 u. Op maandag gesloten. Toegangsprijs: 7 €. Gratis ingang voor Sevillanen en gepensioneerden.

Universiteit van Sevilla

De oorsprong van de huidige Universiteit van Sevilla was het Colegio de Santa María de Jesús, gesticht door aartsdiaken Maese Rodrigo Fernández de Santaella aan het einde van de 15de eeuw. Een pauselijke bul van Julius III in 1505 geeft het Colegio de gelegenheid om opleidingen Theologie, Filosofie, Rechten, Geneeskunde en Kunsten in te richten. In 1551 stuurt het Stadsbestuur aan de stichting Maese Rodrigo een

Koninklijk Edict met toestemming voor een Algemene Studie, waardoor het Colegio officieel Universiteit werd en alle privileges genoot zoals de andere Universiteiten in het Koninkrijk. Uit de Statuten van 1621 kan worden afgeleid dat de Universiteit van Sevilla in vier Faculteiten opgesplitst was: Theologie, Rechten, Geneeskunde en Kunsten, ze kende de graden van Bachelor, Licentiaat en Dokter toe in alle Faculteiten, en de graad van Meester in de Faculteit van Kunsten.

Het streven naar hervorming in de 18de eeuw, onder de heerschappij van Carlos III, is duidelijk af te leiden van het Studieplan van Olavide (1768). Dat plan vormde de basis van de moderne Universiteit die, behalve de eerste faculteiten ook een opleiding Wiskunde voorzag, uit zorg voor de wetenschappelijke opleidingen.

Tijdens de heerschappij van Carlos III werden de Jezuïeten de toegang tot het land ontzegd en de Universiteit krijgt bij koninklijk verdict het gebouw van de Compañía de Jesús in de Calle Laraña toegewezen. Aan het begin van de 19de eeuw wordt het universitair onderwijs opnieuw hervormd: de zogeheten Kleine universiteiten worden afgeschaft, waardoor de universiteiten van Baeza en Osuna ondergeschikt worden aan

die van Sevilla. Verder wordt aan alle Universiteiten het Studieplan van de Universiteit van Salamanca ingevoerd. Tegelijk worden ook nieuwe studierichtingen en Faculteiten opgericht: de School voor Geneeskunde die later een Universitaire Faculteit zal worden (1668) en de Faculteit van Wetenschappen. Er ontstaan Seminaries en gespecialiseerde Bibliotheken; de Faculteit van Letteren en Wijsbegeerte wordt hervormd en de Faculteit van Theologie wordt afgeschaft. Omstreeks het midden van de 20ste eeuw, verhuist de Universiteit van Sevilla naar het gebouw van de Real Fábrica de Tabacos, de oude tabaksfabriek, een bouwwerk uit de 18de eeuw van de hand van de ingenieur Van der Beer tijdens de heerschappij van Ferdiand VI.

23

Stadhuis van Sevilla

Dit representatieve voorbeeld van de plateresco stijl werd in de 16de eeuw opgedragen aan Diego de Riaño, de auteur van de zuidelijke gevel die in die tijd uitgaf op het klooster van Sint Franciscus, getuige hiervan de boog die met het kloostergebouw communiceerde. De twee verdiepingen zijn helemaal versierd met reliëfwerk in plateresco stijl en stellen historische en mythologische figuren voor, alsook heraldische en symbolische figuren die verwijzen naar de stichters van de stad, Hercules en Caesar. Demetrio de los Ríos en Balbino Marrón tekenden in de de 19de eeuw de nieuwe neoclassicistische gevel aan de Plaza Nueva. Ze herschikten ook het interieur rond twee patio’s en een monumentale trap. Tot op vandaag worden in het stadhuis enkele belangrijke artistieke en historische voorwerpen bewaard, zoals de banier van de stad en een doek met de patroonheiligen Justa en Rufina.

Bezoekuren: dinsdag, woensdag en donderdag van 17.30 tot 18.00 u. Zaterdag: 12 u. Gesloten op feestdagen en tijdens augustus. (van 15/07 tot 15/09 kunnen de bezoekuren wijzigen). Toegangsprijs: gratis op voorleggen van Spaanse identiteitskaart.

Archivo de Indias

In de onmiddellijke omgeving van de Kathedraal staat dit gebouw in renaissancestijl dat het grootste historisch archief ter wereld bevat, het gaat om de documenten over de vroegere Spaanse kolonies op het Amerikaanse continent. De bouwwerken van het archief begonnen in de 16de eeuw. Tot op dat moment voerden de kooplieden hun transacties uit aan de trappen van de Kathedraal, een centraal gelegen plaats.

Maar bij slecht of heel warm weer zochten ze een toevlucht in de Kathedraal en dat leidde tot wrevel bij de kerkelijke overheid. In 1572 keurde koning Filips II de bouw van een Casa Lonja goed, de bouwwerken begonnen elf jaar later en het zou drieënzestig jaar duren voor het handelshuis definitief voltooid was. Het is een van de meest toonaangevende gebouwen in maniëristische stijl in Sevilla met duidelijke stijlkenmerken van de Spaanse architect Juan de Herrera. Het archief bevat vier miljoen boekwerken die in kasten en vitrines van cederhout en caoba zijn opgeborgen.

Bezoekuren: van maandag tot zaterdag: 10- 16.00 u. Onderzoekers: van 8 – 15.00 u.

Op zon- en feestdagen: van 10 – 14.00 u.

Toegangsprijs: gratis.

Torre del Oro

De Torre del Oro, de gouden toren, is de beroemdste militaire toren ter wereld. Dit emblematische monument in almohadestijl werd in 1220 gebouwd aan de oever van de rivier Guadalquivir en stond in verbinding met de vestingmuur van het Alcázar. Sevilla stond toen nog onder Moors bewind en de toren moest dienen om de stad te bewaken tegen de komst van de troepen van koning Ferdinand III “de Heilige”. De Torre del Oro is sindsdien stille getuige van de geschiedenis van Sevilla en Triana. De twaalfhoekige toren werd later voor verschillende doeleinden gebruikt, het was onder meer gevangenis, aankomst- en vertrekregister naar de Nieuwe Wereld, en opslagplaats voor het goud dat vanuit de kolonies werd ingevoerd. Op dit moment is in de toren het Zeevaartmuseum gevestigd. In de omgeving, in Postigo del Carbón, staat de zustertoren Torre de la Plata, de zilveren toren.

Bezoekuren: van dinsdag tot vrijdag: van 10 – 14.00 u.

Op zaterdag en zondag: van 11 – 14.00 u. Gesloten op maandagen en tijdens augustus.

Op feestdagen op afspraak. Toegangsprijs: groepen 1 €, individuele bezoekers 2 €. Op dinsdag gratis.

Museum voor Schone kunsten (Museo de Bellas Artes)

Na het Prado in Madrid is dit het tweede belangrijkste museum van Spanje. Het is ondergebracht in het vroegere klooster Convento de la Merced, een sober gebouw in barokstijl met de kerk die in het begin van de 17de eeuw werd gebouwd door Juan de Oviedo. Het gebouw ligt rond drie patio’s met een monumentale centrale trap. De vijftien gerestaureerde zalen bevatten een rijke collectie die een algemeen overzicht biedt van de Sevillanse schilderschool, van de gotiek tot de eerste artistieke stromingen van de twintigste eeuw. Er zijn werken van Greco en Goya, maar de absolute meesterwerken in de collectie zijn van de hand van Zurbarán, Murillo en Valdés Leal. Er zijn werken van bijna alle Sevillaanse schilders die beschouwd worden

als meesters van de Spaanse schilderkunst van de 17de eeuw.

Bezoekuren: Op maandag gesloten.

Dinsdag van 14.30 – 20.30 u.

Van woensdag tot zaterdag van 9 – 20.30 u.

Op zon- en feestdagen van 9 – 14.30 u.

Toegangsprijs: gratis voor ingezetenen van de EU-lidstaten.

Overige landen: 1,5 €.

Archeologisch museum

In dit museum wordt de geschiedenis van Sevilla en de provincie voorgesteld, van het Paleolithicum tot de Middeleeuwen. Hier bewaart men o.m. de schat Tesoro de Carambolo, een prachtig voorbeeld van de Tartesische cultuur, verder zijn er beeldhouwwerken, Iberische kunstvoorwerpen en mozaïeken afkomstig van de Romeinse stad Itálica. Bijna alle stukken van grote waarde in deze collectie, werden opgegraven in Sevilla en de omliggende provincie.

Bezoekuren: Dinsdag van 14.30 – 20.30 u. Van woensdag tot zaterdag van 9 – 20.30 u.

Op zon- en feestdagen van 9 – 14.30 u.

Toegangsprijs: 1,5 €

Museum voor Volkskunde en Tradities

Het museum voor Volkskunde en Tradities is ondergebracht in het Pabellón Mudéjar aan de Plaza de América; het bevat een etnografische en antropologische collectie. De collectie is heel bevattelijk voorgesteld en omvat o.m. een reeks affiches van Semana Santa en Feria, juwelen, ceramiek, boorduurwerken, meubels, muziekinstrumenten, traditionele werktuigen, klederdracht, etc.

Bezoekuren: dinsdag van 14.30 – 20.30 u. Van woensdag tot zaterdag van 9 – 20.30 u.

Op zon- en feestdagen van 9 – 14.30 u.

Toegangsprijs: 1,5 €

Museum van Hedendaagse Kunst

Het oorspronkelijke kartuizerklooster Monasterio Cartujo de Santa María de las Cuevas uit de 15de eeuw werd in 1841 omgebouwd tot ceramiekfabriek door de Engelse Charles Pickman, die er bakovens en de typische schoorstenen bouwde. In het huidige museum krijgen bezoekers een overzicht van de artistieke stromingen in Spanje vanaf het begin van de twintigste eeuw. Schilder- en beeldhouwwerken, wandtapijten en ceramiek van artiesten als o.m. Joan Miró, Chillida of Saura naast een groeiende verzameling werk van jonge, vooral Andalusische artiesten. Verder ook tijdelijke tentoonstellingen van avant-garde schilders, conferenties, publicaties en evenementen die getuigen van wat leeft onder de kunstenaars.

Bezoekuren: (van 1/10 tot 31/3: van dinsdag tot zaterdag van 10 – 20.00 u.

Zondag: van 10 – 15.00 u. Op maandag gesloten.)

(van 1/4 tot 30/9: van dinsdag tot zaterdag van 10 – 21.00 u.

Zondag van 10 – 15.00 u. Op maandag gesloten.

Toegangsprijs: 3 € (compleet bezoek); 1,80 € (tentoonstellingen). Op dinsdag gratis.

27

Casa de Pilatos

Casa de Pilatos dateert van het einde van de 15de eeuw en het begin van de 16de eeuw. Na Reales Alcázares is dit het weelderigste paleis in Sevilla. In het gebouw zijn op wonderlijke wijze drie verschillende stijlen gecombineerd: mudéjar, gotiek en renaissance. In het paleis zijn Romeinse kunstwerken, meubels uit verschillende perioden en schilderwerken ondergebracht. De kapel met zijn ribgewelven, schitterende geglazuurde ceramiektegels en gotische lijsten heeft een grote historische waarde. Beeldhouwwerken, klassieke borstbeelden, muurschilderijen van Pacheco, Pantoja, Ribero of van de school van Zurbarán of de mooie mudéjar cassettenplafonds zijn enkele van de kunstschatten die dit unieke paleis herbergt.

Bezoekuren: alle dagen van 9 – 18.00 u. Van maart tot september: van 9 – 19.00 u.

Toegangsprijs: 5 € / 8 €

Op dinsdag gratis van 13.00 – 17.00 u.

Voor ingezetenen van de EU.

Iglesia del Salvador

Deze barokke kerk werd gebouwd in de 17de en 18de eeuw op de resten van wat eerst een Romeinse tempel was, daarna een vroegchristelijke basiliek, en sinds de 9de eeuw de Grote Moskee van Sevilla. Van die moskee blijven nog de patio over en de minaret aan de noordzijde, dicht bij wat waarschijnlijk de hoofdingang van de islamitische gebedsplaats was. De minaret werd omgebouwd in klokkentoren. De kerk bezit ook een fabelachtige kunstschat waaronder het barokke hoofdaltaar, in de Sacramentkapel, het beeld van Jesús de la Pasión, een meesterlijk beeldhouwwerk van Martínez Montañés en ook de Cristo del Amor, van de hand van Juan de Mesa. Momenteel wordt de kerk grondig gerestaureerd. De restauratiewerken kunnen ook bezocht worden.

Parque de María Luisa

Parque María Luisa is een emblematisch park in Sevilla. In 1893 schonk prinses María Luisa de Montpensier aan de Sevillanen de helft van de tuinen van het paleis van San Telmo. In 1929 werd het de zetel van de Latijns-Amerikaans Tentoonstelling en dank zij de Franse ontwerper Nicolás Forestier werd het een levend museum met mooie tuinen en fraaie pleinen. Het trapeziumvormig park ligt parallel aan de rivier en is 38 hectaren groot. In het park liggen mooie pleinen zoals Plaza de América, ook bekend als het duivenplein, talrijke fonteinen en waterpartijen. Verder vinden we er ook het Pabellón Real, het Archeologisch Museum en het Museum voor Volkskunde en Tradities. En we vermelden ook nog een van de belangrijkste monumenten van de stad: Plaza de España.

Plaza de España

Dit plein maakte deel uit van de infrastructuur voor de Latijns-Amerikaanse Tentoonstelling van 1929; het is een ontwerp van architect Aníbal González en wordt als zijn meesterwerk beschouwd. De kenmerken van de regionalistische stijl zijn geïnspireerd op de renaissance in combinatie met typisch Sevillaanse stijlkenmerken,

zoals de ceramiek, ijzersmeedwerk en bakstenen muren. Langs het halfcirkelvormig plein ligt een lange wandelgalerij met halfcirkelvormige bogen, in het midden een centraal gebouw en aan beide uiteinden een toren. De galerij vormt de toegang tot de verschillende gebouwen die het plein omgeven. Op de begane grond is het plein afgezoomd met een reeks ceramieken banken die alle Spaanse provincies voorstellen a.h.v. hun kaart en een typerende historische gebeurtenis. Het kanaal met plezierbootjes ligt aan beide zijden van de centrale fontein.

29

La Plaza de Toros de la Real Maestranza

Dit is een van de mooiste en belangrijkste arena’s in de geschiedenis van het Spaanse stierenvechten. In 1761 werden de bouwwerken, die meer dan een eeuw zouden duren, gestart.

De gevel, waarin vooral de okerkleurige lijsten opvallen, is in barokstijl terwijl de toegangspoort of Puerta del Príncipe is afgewerkt met natuursteen, verder is er de grote deur met aan iedere zijde een zuil. De ultieme droom van alle stierenvechters is door die deur naar buiten gedragen te worden, als teken van triomf. De gewelfde gangen leiden naar de eigenlijke cirkelvormige arena. Heel indrukwekkend is ook de tribune Palco del Príncipe, een barok balkon met beeldhouwwerk en een met tegels bezet gewelf, voorbehouden voor de leden van de koninklijke familie. In de bijgebouwen van de arena is het Museum voor Stierenvechten ondergebracht.

Bezoekuren: van maandag tot zondag, feestdagen inbegrepen, van 9.30 – 19.00 u.

Op dagen met stierenvechten van 9.30 – 15.00 u. Rondleidingen met gids (in drie talen). Toegangsprijs: 4 €. Kortingen van 20% voor gepensioneerden.

De rivier Guadalquivir

Wie Sevilla zegt, zegt Guadalquivir. Beide zijn door de eeuwen heen hun weg gegaan, getuige van de geschiedenis van deze stad. Al in de tijd van het Romeinse Rijk, is de Guadalquivir, toen nog Betis genoemd, een belangrijke transportweg. De Moorse overheersers gebruikten de stroom ook als een eerste klasse handelsroute en waren er zo van onder de indruk dat ze hem Guadalquivir noemden, “grote rivier”.

Na de ontdekking van Amerika maakte de Guadalquivir zijn echte hoogtepunt mee, als toegang tot de haven van Sevilla voor de vloten die op de Nieuwe Wereld voeren. In de 17de eeuw kwam het verval, de rivier verloor zijn belangrijke rol maar zijn invloed op het landschap, de dorpen en de tradities duurt voort tot op vandaag.

Wie dat wil, kan kiezen uit verschillende vaartuigen om vanuit het centrum van de stad te varen tot aan de monding in de Oceaan bij het Nationaal Park Doñaña. Verder kunnen ook kortere trajecten per boot door de stad afgelegd worden, dit biedt u de gelegenheid de monumenten te bewonderen vanuit een ander perspectief.

De Guadalquivir speelt altijd zijn rol tijdens alle grote gebeurtenissen in Sevilla, in 1992 werden bijvoorbeeld een reeks nieuwe bruggen geslagen over de rivier naar aanleiding van de Wereldtentoonstelling. Een voorbeeld is el Alamillo, ontworpen door de geniale architect Santiago Calatrava. De brug is ongeveer 140 meter hoog en wordt “vastgehouden” door in stompe hoek gespannen kabels. De Puente de la Barqueta, een brug met een enkele boog en een reeks hangstaven ligt op de plaats waar oorspronkelijk een aanlegsteiger lag om de Guadalquivir ver te steken, dicht bij een van de hoofdingangen van de Wereldtentoonstelling. Verder is er een voetgangersbrug (172 meter) naar de Cartuja. De brug Cristo de la Expiración of ook nog Puente del Cachorro vormt met haar druk verkeer de voornaamste toegangsweg vanuit Sevilla naar de A-92 in de richting van Huelva. Puente de las Delicias vervangt de vroegere Puente de Alfonso XIII, beter bekend als Puente de Hierro, die dateerde van de Tentoonstelling van 1929. Het is een ophaalbrug en vormt ook een belangrijke toegangsweg. Puente del Quinto Centenario, door de Sevillanen “Puente de San Paquito” genoemd door haar gelijkenis met de Golden Gate van San Francisco was op in 1992 een van de langste bruggen in Spanje. Dankzij haar hoogte kunnen ook de grootste boten onder de brug doorvaren. De Gualdaquivir is de enige bevaarbare Spaanse rivier en heeft in Sevilla een belangrijke haven. De Sevillanen beoefenen op en aan de rivier ook allerhande (water)sporten.

Tijdens de zachte nachten in de lente en de herfst is het heel aangenaam zitten op een van de terrassen aan het water.

31

Triana

Triana is meer dan alleen een wijk van Sevilla. Triana heeft een eigen identiteit: zijn straten en pleintjes; het drukke leven in de winkels, cafés, kerken, oude beluiken; zijn legendes… dat alles maakt van Triana een van de meest aantrekkelijke wijken van Sevilla. Als we de Puente de Triana oversteken, of Puente de Isabel II, komen we aan het plein Altozano, waar links langs de oever van de rivier Calle Betis ligt. Calle Betis staat bekend als de gevel van Triana, en sinds de achttiende eeuw ligt ze aan de kade en de aanlegsteigers. Terug op Altozano, zien we ook het begin van de straten San Jacinto, Pureza en Castilla. Van op de oever van de rivier hebben de voorbijgangers een fantastisch zicht op Sevilla: het Palacio San Telmo, Torre del Oro, de Kathedraal en de Giralda op de achtergrond, de klokkentoren van de Caridad, Teatro de la Maestranza en Plaza de Toros.

In de Calle San Jacinto kan de bezoeker de fraaie smeedijzeren tralies in de ramen bewonderen en zich in de talrijke bars tegoed doen aan de lekkerste tapas van Triana. Op de hoek van Calle Pagés del Corro staat de oude barokke kerk van San Jacinto.

In de Calle Pureza bewonderen we de pittoreske en kleurrijke huizen, met hun bloemen en planten op het balkon. Verschillende ervan hebben gevels uit de achttiende eeuw, waaronder Casa de las Columnas, tegenover de abscis van de Santa Ana kerk. In deze straat raden we de Capilla de los Marineros aan, op nummer 53. Het is een eenvoudige kerk ter ere van de Virgen Esperanza de Triana, “de andere Maria van Sevilla”, die samen met de Macarena door de Sevillanen fervent aanbeden wordt. Op het nummer 80 in dezelfde straat, staat de Santa Ana kerk, ook bekend als de kathedraal van Triana. De kerk is gebouwd in een overgangsstijl tussen de romantiek en de gotiek en kwam er in opdracht van koning Alfonso X El Sabio als dankbetuiging voor de genezing van een oogziekte.

In Triana vinden we ook nog beluiken zoals in de Calle Castilla, het zijn gemeenschappelijke patio’s met daarrond kleine huizen waar vroeger families van de minder gegoede klasse woonden. De Callejón de la Inquisición, leidde naar wat in de 18de eeuw het gevreesde Castillo de Triana was, de zetel van de Inquisitie. In diezelfde steeg staat de Parroquia de la Virgen de la O en helemaal aan het einde, dicht bij de Plaza de Chapina, de Patrociniokapel, waarin Cristo de la Expiración vereerd wordt. Deze in Sevilla heel populaire Christusfiguur is beter bekend als “El Cachorro”, een schitterend beeld in barokstijl waarover veel legenden verteld worden.

Het wereldbefaamde ijzersmeedwerk en de Sevillaanse tegels zijn typische producten van Triana. Heel recent werd nog het handelsmerk “Hecho en Triana” gecreëerd, om het typische handwerk te promoten en te beschermen.

Veel artiesten waaronder vooral stierenvechters en flamencoartiesten zijn afkomstig van Triana. Triana ademt vrolijkheid en feest, en dit is volop te merken tijdens de populaire Velá de Santiago en Santa Ana die op het naamfeest van Jacob en Anna gevierd worden in de maand juli. Voor deze gelegenheid wordt de Calle Betis

omgetoverd tot feestterrein en over de Guadalquivir wordt tijdens die dagen de traditionele “cucaña” gehouden.

Santa Cruz

Santa Cruz is nog een emblematische wijk ten zuidwesten van het ommuurde Sevilla, aangeleund tegen de vestingmuren van het Alcázar. De naam van deze wijk is de historische naam van het eigenlijke centrum van de vroegere Joodse wijk, die de huidige wijken Santa Cruz, Santa María la Blanca en San Bartolomé omvatte. Dicht bij deze symbolische wijk bevinden zich de belangrijkste monumenten van Sevilla. Niemand kan weerstaan aan de charme van de kronkelende stegen, de pittoreske witgekalkte huizen, de intieme patio’s vol bloemen en de fraaie pleintjes. In de Middeleeuwen was dit een deel van de Joodse wijk, na de Reconquista genoot deze buurt de bescherming van het Spaanse Koningshuis maar tegen het einde van de 14de eeuw werd de situatie onder druk van de christenen onhoudbaar, en werden de synagogen omgevormd in kerken. De bezoeker waant zich hier in een andere tijd.

We gaan binnen door de boog van de Judería (een overdekte steeg die uitkomt op de Patio de Banderas) en gaan verder door de Callejón del Agua, langs de vestingmuur. Een andere mogelijkheid is rechts van de patio de Calle Romero Morube in te slaan; die is weliswaar minder theatraal maar minstens even aangenaam. In de Callejón del Agua, waar het oude aquaduct stond die het Alcázar van water voorzag, ter hoogte van huisnummer 2, bevindt zicht een van de meest typische patio’s van de Sevillaanse herenhuizen. De patio is omgeven door een zuilengalerij en staat vol planten, zelfs Washington Irving keek er met bijzonder interesse naar en een gevelplaat verwijst naar dat moment. Verderop komen we aan de Plaza de Doña Elvira, een van de meest typische pleintjes: met tegels bezette banken en een stenen fontein in de schaduw van sinaasappelbomen. Langs de Calle Gloria gaat het naar de kokette Plaza de los Venerables, met het grote, barokke Hospital de los Venerabels Sacerdotes. De kerk van dit vroegere hospitaal is de eerste tempel toegewijd aan koning Fernando III El Santo, de patroonheilige van Sevilla.

Even verderop, in de Calle Santa Teresa staat het klooster van San José en het huis waar de Sevillaanse schilder Bartolomé Esteban Murillo woonde. Dicht bij de tuinen die de naam van deze beroemde schilder dragen, ligt de Plaza de Santa Cruz, met een mooi ijzeren kruis dat dateert van 1692, een fraai voorbeeld van de befaamde Sevillaanse ijzersmeedkunst.

Een gastronomische route leidt de bezoeker door deze magische buurt en laat hem proeven van het beste van de Andalusische keuken. Er zijn ook herbergen waar u kunt genieten van de beste flamenco of van de geneugten van een Arabisch bad. De magie van deze buurt is zowel overdag als ’s nachts onweerstaanbaar.

El Arenal

El Arenal is zonder enige twijfel een van de meest traditionele en emblematische buurten van de stad, het herinnert aan het koloniale Sevilla, aan zeevaarders uit lang vervlogen tijden. Tijdens de 16de en 17de eeuw en als gevolg van de ontdekking van Amerika en de handel met de Nieuwe Wereld, was Sevilla een van de belangrijkste havensteden ter wereld. Vandaag is het nog altijd een drukke wijk in de buurt van de Torre del Oro waar de Sevillanen graag komen, vooral voor het stierenvechten, het theater, de opera en de broederschapen.

De Plaza de Toros de la Real Maestranza ligt op een bevoorrechte plaats in el Arenal. Zoals de naam aangeeft, lag dit deel van de stad op een zandbank tussen de eigenlijke rivier en het stadscentrum, en was het een trekpleister voor mensen van bedenkelijk allooi (Rinconete en Cortadillo, Guzmán de Alfarache,…) die de warme sfeer van  de oude haven van Sevilla kwamen zoeken. Sinds de bouw van de arena, werd dit een van de aantrekkelijkste stadsbuurten: vol leven en doordrongen van de activiteit in en rond de arena.

De historische haven van Sevilla liep tot aan de huidige Puente de Triana en de galjoenen van de Koninklijke Vloot voeren de rivier op om hier hun schatten te lossen.

Tot op vandaag meren de boten aan bij de steigers: het zijn huurboten van de verschillende bedrijven die de bezoekers o.m. een pleziertochtje en interessante excursies rivier afwaarts bieden. Halfweg tussen de steigers en de Paseo de Colón, ligt Paseo Marqués del Contadero en verderop in de Paseo de Colón liggen enkele

fraaie terrassen met kiosken, waar de bezoeker even halt kan houden om te genieten van het zicht. Aan de overkant zien we de gevelrij van de Paseo de Colón: het theater Maestranza, tegenover het monument van Mozart, de Plaza de Toros, met het monument aan Carmen tegenover de beroemde Puerta del Príncipe, de zegepoort voor de stierenvechters. Enkele interessante gebouwen in regionalistische stijl uit het begin van de vorige eeuw vervolmaken het geheel.

Maar een wandeling door El Arenal is maar compleet na een bezoek aan het Hospital de la Caridad, een schitterende barok gebouw. La Caridad is een instelling die gesticht werd in de 16de eeuw met als doel de niet opgehaalde lijken van aangespoelde drenkelingen te begraven. Met de komst van Miguel de Mañara, werden de activiteiten van de nog actieve stichting uitgebreid ten voordele van de onterfden. We vermelden het mooie inkomplein, en de schilderijen van de hand van Valdés Leal en Murillo in de kapel van dit gebouw.


Publicado en General | Sin Comentarios »

Deja un comentario

Por favor: La moderación de comentarios está activada y puede ser que los comentarios tarden un poco en aparecer. No es necesario volver a publicar el comentario una segunda vez.